Roomed kijkt binnen bij.. de keuken van Yvette van Boven (+ interview!)

De keuken van Yvette van Boven is niet alleen het decor voor haar tv-programma Koken met Van Boven. Ze gebruikt ‘m elke dag. Privé, maar ook om receptuur te schrijven voor haar eindeloze lijst kookboeken en producties in bladen als delicious, Libelle en De Volkskrant. Wij mochten binnenkijken in de keuken van Yvette en meteen haar nieuwe servieslijn voor &klevering bewonderen.

Yes: Yvette sloeg de handen ineen met &K om niet één, maar twee soorten servies te ontwerpen. Op de vegetables series prijken – je raadt het al – groenten, groenten en nog eens groenten. Er is een lijn van porselein en eentje van handig bamboe, ideaal voor picknicks en buiten eten.

Culy en Roomed spraken met Yvette in haar keuken over haar inspiratie voor het servies en over alles wat je in haar keuken vindt.

Lees ook: tafellinnen en servies van Yvette van Boven!

Wow, Yvette, wat een gave keuken! Kun je er iets over vertellen?

Yvette: Ik heb de indeling voor de keuken zelf ontworpen en materialen aangedragen, het uiteindelijk ontwerp van de keuken is van Adam Marshall van Koelhuis Frigo: een vriend van mij die interieurontwerper is. Hij maakt heel veel keukens en restaurantinterieurs. De ruimte was eerst helemaal leeg. Alles is met de hand gemaakt.

Wat ik heel leuk vind, is dat de hendels onverwacht zijn: je kunt de laden zowel aan de boven- als aan de onderkant opentrekken. Het zijn van die kleine dingen die ik heel tof vind. Het hout van de kastjes bijvoorbeeld, is wel geïmpregneerd waardoor het schoon te maken is, maar het gaat ook vlekken en dat vind ik juist heel mooi. Ik vind gebruikssporen mooi: het is tenslotte een keuken waarin gewerkt wordt. Daarom heb ik voor het werkblad gekozen voor beton terrazzo. Waar ik veel werk wordt dat donkerder, waar ik niet veel werk wordt het lichter. Dat gevoel en dat sfeertje zit erin en dat vind ik fijn. 

Welk item uit jouw keuken is voor jou onmisbaar?

Dat is een marmeladepotje uit Dublin. Toen ik opgroeide kookte mijn moeder hier de marmelade in. Wij hadden er vroeger veel van, daar stonden dan de tandenborstels in of de verfkwastjes en we gebruikten ze als suikerpotten. Mijn moeder bewaarde er ook haar zelfgemaakte marmelade in.

Er zit een ribbeltje in de rand dat bestemd was voor een touwtje. Je deed er cellofaan omheen en dat moest vacuüm trekken door de warme jam die erin zat. Dat trok héél mooi strak. Mijn zus en ik konden daar dan op trommelen. Toen ik uit huis ging, is dat het enige dat ik van thuis heb meegenomen, dat was voor mij thuis. Dat potje overleeft nu al veertigduizend verhuizingen. Het is iets wat ik altijd op mijn aanrecht hebt staan.

En welke keukentools kun je echt niet missen?

Ik pleit voor een aantal dingen. Mijn schaafje (mandoline). Die is inmiddels niet meer zo scherp, maar dat vind ik heel fijn, want dan hoef je niet zo voorzichtig te zijn met je vingers. Ik gebruik ‘m bijna elke dag en alles wordt er gewoon gaaf van. Alles ziet er meteen zo restauranterig uit. En hoe dikker of dunner je dingen snijdt, beïnvloedt ook de smaak. Dat maakt echt uit, of je blokjes snijdt of dikke plakken komkommer of juist dunne. Afgezien van mes en plank – want dat is uiteindelijk wat je nodig hebt – vind ik dit echt een tool die niet in je kast mag ontbreken. En het kost twee of drie tientjes.  

Yvette: “Mijn mandoline is onmisbaar. Ik gebruik ‘m bijna elke dag en alles wordt er gewoon gaaf van.”

Ik vind mijn kleine hakmolentje ook fijn, vooral ook omdat ie maar twee knoppen heeft: aan en uit. Dat grijze ding eronder is een blokmotortje en dat is meteen waarom ‘ie zo gaaf is. Hij is héél krachtig.

En ik heb ooit eens geïnvesteerd in een digitale weegschaal. Mijn werk is receptuur schrijven dus ik heb in elke oven oventhermometers hangen en alles weeg ik precies af. ik werd gek van die kleine weegschaaltjes die na een minuut uitgaan – dat vond ik irritant. Plus: die dingen kunnen vaak maar 3 of 5 kilo aan. Hierin kan ik bulk afwegen. Het is een hele dure, ongezellige keukenweegschaal, maar voor mij is ie echt onmisbaar. Eigenlijk zijn de lelijke dingen toch het fijnst. Het moet gewoon werken!

Wat voor servies heb jij zelf in de kast staan? Allemaal matchy-matchy, of eerder vanalles wat?

Ik heb meerdere serviezen. Ik houd heel erg van servies, al heel lang. Mijn moeder had ook altijd drie of vier serviezen. We hadden het Arabia, we hadden het Wedgwood en een – mijn moeder noemde het altijd ‘feestservies’- heel mooi dun servies met kleine blauwwitte Vergeet-mij-nietjes langs de rand. Eigenlijk heel strak voor die tijd. Het was nog van haar oma geweest.

Ik spaar zelf altijd alles met de blauw-witte streep, dat is Cornish Blue. Eigenlijk Engels servies, maar het is heel Anglicaans. Omdat de Engelsen heel lang over Ierland hebben geheerst, is dat gestreepte servies ook heel erg onderdeel van Ierland, vind ik. Het is heel oud servies en wordt elk jaar door een andere ontwerper ontworpen. Ik heb er echt alles van, de schotels en de kommen en de kannen en de bakjes… Er is heel veel nep-Cornish op de markt, maar dat vind ik dan ook weer heel leuk om de boel mee te mengen. Ook mijn grote lievelingsmok komt uit deze lijn. 

En wat komt er op tafel tijdens etentjes?

Als ik een etentje geef heb ik blauw Engels servies, ooit gekocht op een rommelmarkt in Frankrijk, helemaal compleet voor 20 euro. Ik heb ook nog het hele Wedgwood servies van mijn oma inclusief bloemenvaasjes en asbakjes – want dat had je vroeger nog op tafel – terrines, schalen, alles, alles, alles. Kandelaren, koffiekopjes, espressokopjes, vleesschaaltjes… Heel ouderwets, heel leuk. En het is ook nog eens voor 12 personen.

We hebben ook nog een serie Japans servies. Mijn man Oof kookt heel veel Japans. We hebben alles zelf in Japan gekocht, het is allemaal handgemaakt. Daar kopen we steeds één of twee stuks van. Dat hoort met sparen toch een beetje?

En dan ligt de berging ook nog vol met stapels losse borden, verschillende bordjes die ik dan vind. Ik heb net nog een hele partij naar mijn huis in Ierland gebracht, van die Franse bordjes met bloemenranden die ik op rommelmarkten heb gevonden. Daar heb ik twee of drie verschillende soorten van: met bloemetjes en met vogels. Maar omdat de maat van de bordjes hetzelfde is en ze allemaal blauw met wit zijn, vind ik ik ze ook wel weer bij elkaar horen. Als je daar een lange tafel mee dekt, past alles bij elkaar. Ik ben daar wel consequent in: je kunt veel mengen, maar dan wel binnen hetzelfde thema – dus of de bloemen of de streepjes. En daardoor heb je altijd het gevoel dat je toch weer een uniek stuk hebt.

Waar heb je goed op gelet bij het ontwerpen van Yvette’s Vegetable Series?

Ik wilde iets maken waarin alle onderdelen net weer iets anders waren. Vier verschillende borden bijvoorbeeld, omdat we thuis vroeger ook allemaal ons eigen bord hadden. We hebben ervoor gekozen dat je het handgevoel erin ziet, maar ook dat elke afbeelding net weer iets anders is. Dat komt ook weer terug in alles wat ik doe. 

Yvette: “Ik vind een tomaat of een bietje toch leuker om te tekenen dan een lapje karbonade.”

Als kind had ik vroeger kinderbordjes met verhaaltjes erop. Als je er ook de kopjes van hebt, loopt het verhaal daarop door. Ik vond het toen al leuk dat er altijd iets gebeurt op de andere kant en ik word daar nog altijd heel warm van. Daarom staat er op alle borden, kommetjes en kopjes uit mijn eigen servieslijn weer wat anders. Daar kun je dan je eigen verhaal bij bedenken. Het is wel geen kinderservies, maar ik geloof ook dat wij gewoon hele grote kinderen zijn. 

Wist je gelijk dat er groenten op het servies moesten komen?

Ja, meteen. Ik vind een tomaat of een bietje toch leuker om te tekenen dan een lapje karbonade. Ik eet graag groenten, ik houd er gewoon van en het moet ook iets met eten te maken hebben vind ik als je een servies maakt. Ik had ook bloemen kunnen doen, maar groente hoort bij mij, net als eten en koken. We hebben twee servieslijnen gemaakt: allebei heel verschillend, maar toch allebei met groenten. 

Ik heb ook alle dieren op het servies allemaal iets laten doen. Die staan dan een beetje gek toe te kijken, anders wordt het zo serieus. Daar kun je zelf een verhaaltje bij verzinnen, wat daar gebeurt. Een varken met regenlaarzen aan die radijsjes als ballonnetjes gebruikt, bijvoorbeeld.

Heb je zelf een favoriet item uit de collectie?

De kan vind ik zelf echt te gek, het was een wens van mij om een kan op te nemen in de collectie. Ik heb in mijn keuken overal kannetjes staan. Ik gebruik ze als vaas, voor water, en ik klop er vaak dressings of een eitje in los, want dan kun je heel makkelijk gieten. Waarom mensen dat altijd in een kom doen weet ik niet, want in een kan is dat veel en veel makkelijker. Als je in Ierland ergens komt theedrinken, krijg je altijd een kan met melk op tafel. Op de één of andere manier vind ik dat heel gastvrij. En ik vind het een mooi ding. Het heeft iets gezelligs. 

In die andere lijn vind ik het dienblad zo gaaf geworden. En de borden zijn ook héél leuk, daar ben ik ook heel trots op. Heb je gezien dat er aardappelmesjes op staan? Zo leuk.

Yvette: “Ik heb in mijn keuken overal kannetjes staan. Ik gebruik ze als vaas, voor water, en ik klop er vaak dressings of een eitje in los…”

Waarom wilde je eigenlijk een tweede lijn maken, uit bamboe?

De bamboelijn was een voorstel van &Klevering, we wilden echt iets voor de zomer maken. Toen kwamen we uit bij picknickservies. Iets wat je mee kunt nemen, maar wat ook duurzaam is en gewoon in de vaatwasser kan. En het is heel zomers, ook het keukenlinnen allemaal. Ook handig met kinderen ja, daarom heb ik ook het kinderschortje erbij gedaan. Ik vond het zelf als kind zo leuk om een eigen schort te hebben, één die niet tuttig was. Het is nu dezelfde geworden als het grotemensenschort. Dat is trouwens helemaal op mijn eigen lijf gemaakt als voorbeeld. De kinderschorten heb ik allemaal zitten passen op op mijn buurjongens. Die hebben ook nog model gestaan voor de foto’s.

Tot slot: kun je ons nog tippen hoe je servies mooi matcht met je eten – bijvoorbeeld voor Instagram?

Óf het bord moet heel klassiek zijn en het eten moet daar rustig oppassen – een vast ritme geeft ook een bepaalde rust, ook al zijn dat heel veel bloemetjes – óf het bord moet een soort rustige kleur hebben, waardoor het eten heel mooi eruit komt.

Eten heeft een hele zachte kleur, het is altijd minder verzadigd dan verf kan zijn, dus je moet altijd een beetje uitkijken met borden in felle kleuren. Zachtere tinten, dat doet eten gewoon goed. We hebben daarom ook gekozen voor een servies in basic wit. Uiteindelijk is het eten zelf het belangrijkste. Maar het is ook hartstikke leuk om de tafel mooi te dekken, daar kan je gewoon veel plezier uithalen…!

Het servies van Yvette van Boven voor &K is nú te koop bij winkels van &Klevering, online en bij de Bijenkorf. 

Fotografie: Sharon van der Werf

Reageer op artikel:
Roomed kijkt binnen bij.. de keuken van Yvette van Boven (+ interview!)
Sluiten