Rood-blauwe stoel door Gerrit Rietveld

Elke dag komen wij de mooiste meubels, accessoires en kunstwerken tegen. En hoewel we houden van jong, nieuw talent, willen we de grondleggers van design zeker niet vergeten. Daarom delen we in de serie Interior Icons onze favoriete ontwerpen met jou. Of het nu gaat om een klassieke stoel of een moderne kast, een budget merk of een designer topstuk, waar we nog even voor moeten sparen. Wij zetten onze favorieten graag in de spotlights!

We trappen af met Nederlands design waar we best een beetje trots op mogen zijn: de Rood-blauwe stoel van Gerrit Rietveld. Met het ontwerp van deze stoel zette Rietveld design-land even op z’n kop. Het was de eerste keer dat een Nederlandse meubelontwerper een alledaags gebruiksvoorwerp op een nieuwe manier ontwikkelde: de functie bleef behouden, maar het ontwerp is baanbrekend te noemen. Waarom? Dat vertellen wij je graag!

Het ontwerp

De stoel, ontworpen in 1918, kreeg de titel ‘leunstoel’ en werd in eerste instantie gemaakt van zwart of grijs gebeitst beukenhout. Rietveld maakte de stoelen in een serie, maar toch verschilden alle stoelen van afmetingen. Dit kwam omdat hij de balkjes voor de armleuningen en onderstel maakte van hout in verschillende lengtes en breedtes. De balken werden met elkaar verbonden met losse deuvels. Door deze (onzichtbare) verbinding behouden alle onderdelen van de stoel hun onafhankelijkheid, één van de bijzondere kenmerken van deze stoel.

Bron: Cassina

Opvallend is dat het zitgedeelte en de rugleuning van de stoel uit losse delen bestaan, met ruimte tussen beide delen. Hiermee wijkt Rietveld af van de stoelen destijds, waarbij de rugleuning en het zitgedeelte veelal met elkaar verbonden waren. Door deze nieuwe vorm van ontwerpen maakte Rietveld de stoel grafisch en ruimtelijk, waardoor de stoel méér werd dan alleen maar ‘functioneel’.

Kleur

Pas rond 1923 kreeg de stoel het uiterlijk waarmee de stoel zo bekend is geworden. Rietveld liet zich voor de kleuren van de stoel inspireren door de werken van kunstenaar Bart Van Der Leck. Van Der Leck, net als Rietveld ook lid van kunstbeweging De Stijl, ontwikkelde voor zijn schilderijen zijn eigen kleurenpalet met vooral primaire kleuren. Deze kleuren schilderde hij in geometrische vormen op witte, zwarte of grijze achtergronden. Rietveld gebruikte dit kleurenpalet later ook op de iconische stoel en veranderde de naam, heel toepasselijk, naar ‘Rood-blauwe stoel’.

Deze primaire kleuren zetten het ontwerp kracht bij. De blauwe zitting en rode rugleuning zijn nu echt twee losse onderdelen. Het onderstel werd geheel zwart gemaakt, op de kopse kanten van de balkjes na. Deze zijkanten werden geel of grijs geschilderd, om zo het ruimtelijke effect nog meer te versterken. Hiermee wilde Rietveld laten zien dat elk onderdeel van de stoel zijn eigen functie heeft.

Bron: Cassina

Ook leuk om te weten:

  • Er bestaan al veel varianten op deze iconische stoel. Van miniaturen voor op de boekenplank tot opklapbare strandstoelen.
  • De rood-blauwe stoel wordt gezien als hét icoon voor De Stijl, terwijl Rietveld tijdens het ontwerpen nog geen lid was van deze kunstbeweging.
  • Niemand weet precies wanneer het eerste prototype van deze stoel is gemaakt, de data schommelen tussen 1917 en 1918. De stoel vergaarde pas échte bekendheid in 1923.
  • Ook al was Rietveld getrouwd en had hij 6 kinderen, hij hield er toch nog een minnares op na, Truus Schröder. Komt haar naam je bekend voor? Zij was inderdaad de eigenaresse van het Rietveld Schröder huis in Utrecht.

Over Gerrit Rietveld
Gerrit Rietveld (1888-1964) was een ‘studiekunstenaar’. Hij bestudeerde het doel, vorm en materie van verschillende (interieur) objecten en gaf hier zijn eigen draai aan. Rietveld leerde het vak van meubelmaker in de werkplaats van zijn vader. Hier kwam hij er al snel achter dat de massieve en grote meubels van die tijd hem niet aanstonden. Tijdens zijn lessen bij architect Piet Klaarhamer ontwikkelde hij zijn eigen herkenbare stijl, met veel grafische lijnen en vormen. Zijn meubels werden bekend bij het grote publiek na verschillende publicaties in het kunst tijjdschrift De Stijl. In 1961 richtte hij samen met Joan van Dillen en Johan van Tricht zijn eigen architectenbureau op.