De legende over het Begijnhof in Amsterdam

Wie weleens door het Begijnhof in Amsterdam heeft gelopen, weet dat dit best een bijzonder plekje is. De binnentuin bevindt zich in het drukke centrum van de stad, vlak achter de Kalverstraat waar het wemelt van de winkelende mensen en je moeite moet doen om boven het geluid van het straatorgel uit te komen. Toch merk je van die drukte helemaal niks in het Begijnhof. Het is een oase van rust en dat komt vooral omdat maar weinig mensen weten dat dit hofje bestaat. En als je wel van het bestaan af weet, dan is het nog een kunst om het te vinden.

Om het Begijnhof in Amsterdam te bezoeken, ga je bij het Spui – ongeveer tussen de boekenwinkel en de kalverstraat in – een poortje door en trapje af. Het hof bevindt zich namelijk op Middeleeuws straatniveau, een meter lager dan het huidige niveau van de straat. Vroeger woonden hier begijnen, ofwel: Katholieke vrouwen die als nonnen samenleven. Inmiddels zijn alle Begijnen verdwenen en wonen hier nog wel ongetrouwde Katholieken. Er gaat echter wel een legende rond over een van de beroemdste Amsterdamse begijnen, Cornelia Arends. Toen Nederland in de 16e eeuw veranderde van een Katholieke naar Protestantse samenleving waren niet alle begijnen daar even content mee. Vooral Cornelia maakte zich druk om de transformatie en dat maakte zij duidelijk in haar testament. Benieuwd naar het hele verhaal? Je leest het op Froot!

Bron: Wikipedia

Benieuwd naar meer legendes achter Amsterdamse panden? Lees ook het verhaal over het huis met de hoofden aan de Keizersgracht.

www.froot.nl